Lees alle verhalen

Elza van Staaveren:
“Pas uit een second opinion bleek dat ik TBC had”

“Het was in 2009, dat ik regelmatig bij mijn ex-vriend kwam. Hij had een chronische ziekte, maar toen ging hij hoesten en uiteindelijk ontdekten ze in het ziekenhuis dat hij TBC had. Ofwel de tering. Hij komt uit een TBC-gezin. Zijn moeder kuurde regelmatig in de jaren veertig en vijftig. Wij wisten niet dat TBC ook latent (‘slapend’) aanwezig kan zijn.

Hij moest drie weken in huis blijven, of een mondkapje voor doen als hij naar buiten ging. Dat kostte hem veel moeite. Hij kwam in het ziekenhuis en de TBC-verpleegkundige kwam ook bij hem thuis.
Na enige tijd begon ik ook te hoesten en was een beetje benauwd. Ik had vocht achter mijn longen. Dat werd weggehaald in het ziekenhuis. Op advies van de oncoloog en de internist werd er een Mantoux-test gedaan. Maar de krasjes kwamen niet op. Wat nu? De TBC-verpleegkundige kwam weer in beeld, want zij was ook een vriendin van mijn zus. Zij stelde voor om een second opinion te doen in het ziekenhuis, waar mijn ex-vriend al kwam. En ja, daar zagen ze aan de Mantoux dat ik wel TBC had, pleuritis.

Ik was opgelucht dat er wat uitkwam. Ik moest zes maanden lang antibiotica slikken en ‘s middags een uurtje rusten. Ik voelde me niet erg ziek, wel wat moe. Ook moest iedereen in mijn omgeving (broers, zussen, andere familie en vrienden) naar de GGD. Het ergste was dat voor mijn kleinzoon van vijf jaar, maar ook voor mijn vader van 93 die naar de GGD moesten. Verschillende familieleden hadden vroeger ook al TBC meegemaakt.

Uit mijn verhaal blijkt dat gewone ziekenhuizen niet altijd veel kennis hebben van TBC. Gelukkig zijn mijn ex-vriend en ik beiden genezen. Zelf kreeg ik kort daarna apneu, want ik bleef zo moe, en later astma.”

Sorry

De versie van de browser die je gebruikt is verouderd en wordt niet ondersteund.
Upgrade je browser om de website optimaal te gebruiken.